English | Nederlands | Español
 
 
Mensen met een missie in Nederland
Lees ook:

'Onze taal is bezet' Theologe Mirjam Elbers over bezette taal en moed in de zending

Mirjam Elbers (1976) studeerde theologie in Amsterdam, Münster en Leiden, was predikante (PKN) in Ransdorp-Holysloot en is nu bureauredacteur bij Brill Academic Publishers in Leiden. Zij is betrokken bij diverse theologische projecten en bij kerkelijke activiteiten in haar woonplaats Amsterdam. Mirjam Elbers is secretaris van de Dr. K.H. Miskotte Stichting en leverde een bijdrage aan de bundel van Jaap Breetvelt en Philip Quarles van Ufford (red.), Als uw leerlingen tussen de volken, Zoetermeer 2010. Haar artikel was aanleiding om haar uit te nodigen voor een lezing op de studiedag Bijbelse Theologie en Zending van de Doopsgezinde Zending, Utrecht, 28 mei 2011, en voor het gesprek waarvan deze korte tekst een weergave is.

'Het is al twintig eeuwen het lot van de kerk om het geloof te belijden in 'bezettingstijd'; ze is geroepen om te spreken tegen de machten van de tijd in, die het leven van mensen beheersen, hen bezetten en tot slaven maken. En tegelijk kan het niet anders of de kerk is zelf van deze heersende machten doordrenkt. In precies dit dilemma treffen we de kerk in meer of mindere mate telkens weer aan: staande in de wereld toch geroepen om, wakker geschud door het Woord, de geesten te onderscheiden. Welke machten beheersen het wereldtoneel, en dus ook de kerk, vandaag de dag? En hoe kan de kerk, die geheel en al onderdeel uitmaakt van die wereld, de greep van die machten weerstáán? Het is misschien al heel wat om 'de machten waarin wij zijn gebonden' te onderkennen.'

Met deze krachtige woorden opent theologe Mirjam Elbers haar bijdrage Belijden in bezettingstijd aan de bundel Als uw leerlingen tussen de volken. De invloed van de door haar bewonderde hervormde theoloog K.H. Miskotte klinkt door wanneer zij spreekt over de verkondiging van het woord 'in bezettingstijd'. Miskotte sprak immers in de jaren vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog veelvuldig over mens en wereld als 'bezet gebied': niet alleen de daadwerkelijke bezetting van Nederland door de Duitse nationaalsocialisten vroeg volgens Miskotte om 'betere weerstand', maar ook de door de machten van de wereld beheerste werkelijkheid, waarop het vrije Woord van God dan telkens weer een weldadige inbreuk is. Miskotte was echter geen missioloog. Hoe slaat Elbers zelf de brug tussen zijn denken en actuele ontwikkelingen in missie en zending?

'Het boek Als uw leerlingen tussen de volken kwam tot stand omdat een groep zendingsmensen zich zorgen maakte - en zich nog steeds zorgen maakt - over de doelstellingen en kwaliteit van missie en zending vandaag de dag. Er gaat iets niet goed, vinden zij. Zij zochten theologische medestanders om dit verder te doordenken. Al pratende kwamen we erachter: Zending is verworden tot een soort van ontwikkelingssamenwerking, zendingsorganisaties concurreren met andere hulpverleners, maar hebben nauwelijks meer een eigen inbreng en verloochenen hun eigen wortels. Dat je niet meer de taal van vroeger spreekt, is ten dele terecht natuurlijk. De tijd van "wij hebben een Woord voor de wereld" ligt achter ons en je moet de moderne context van de omgeving waarin je werkt serieus nemen. Het gaat nu om de diensten die bewezen worden, de goede doelen, om hulp, om zending metterdaad. En daar is niets mis mee. Maar wat ons wel opvalt, is dat weliswaar het product veranderd is, maar het proces niet. Het meeste zendingswerk gaat nog steeds uit van de gedachte dat wij iets geven en dat zij iets ontvangen. Terwijl het volgens mij zo zou moeten zijn dat wij en zij beseffen dat we in gelijkwaardigheid aangesproken worden door het Woord, dat we elkaar ontmoeten rondom de Schrift.'

Wat bedoel je in dit verband met 'bezettingstijd'?
Daarmee geef ik aan dat we al te gemakkelijk in de theologie ons horig maken aan een taal die de onze niet zou moeten zijn. Op dit moment is naar mijn besef de taal van de markt, van targets en mission statements, van klanten en producten, allesbeheersend. Die taal is universeel geworden en domineert de manier waarop de kerk hier in het Westen en daar in de rest van de wereld haar geloof belijdt en mensen bij zich wil betrekken: Je moet mensen pakken met een makkelijk en toegankelijk product, mee concurreren met andere zinaanbieders en daarom spreek je de taal van de 'bezetter'. Dat vind ik een verkeerde weg. Zowel hier als daar geldt dat je inziet en erkent dat dit een andere taal is dan de taal die uit de Schriften spreekt. Dat het niet jouw opdracht is om een product te verkopen, maar dat je je gezamenlijk laat aanspreken door die vreemde taal die uit de Bijbel opklinkt. De kerk leeft altijd in bezettingstijd, moet zich altijd verstaanbaar maken in een vijandige omgeving, een omgeving waar ze overigens ook deel van uitmaakt. Dat zou de kerk niet moeten doen door de taal die haar inspireert in te leveren voor de mode van de dag, en het geloof in te wisselen voor een soort civiele religie die het goed doet op de markt van zinzoekers.'

Het geheim der kerk is, dat daar iets gebeurt: het Woord geschiedt. Rondom dit binnenste geheim ligt een breede zone van bezinning, van nadering, van benadering. Afgezien van het Woord dat inslaat, bestaat er een bezig-zijn met de Schrift als getuigenis vàn dat Woord, als sfeer van wijsheid, als geleider en gids, als hulp en steun, als draagkracht en stuwkracht. Namelijk daar waar de Bijbel niet wordt afgescheept met een formeele gezags-toekenning, waar hij niet slechts als arsenaal van argumenten wordt gebruikt en niet als grazige weide hier en daar voor het ontsteld gemoed, waar dus niet enkele stichtelijke woorden worden opgevischt uit een onoverzichtelijk geheel, maar waar de Schrift opengaat als een wereld om erin te verkeeren, om eruit te leven, om zich werkelijk te bergen en om zich werkelijk te wapenen.

K.H. Miskotte, Bijbelsch ABC, Nijkerk 1941, p. 5-6.

Wat leer je van Miskotte als je over die taal nadenkt?
'In bezettingstijd hield Miskotte in Amsterdam zijn Bijbelcursus die in 1941 de basis vormde voor zijn boek Bijbels ABC, een zoektocht naar de motiefwoorden, de centrale begrippen in de Bijbelse woordwereld. Dat lijkt vreemd: de nazi's overspoelen land en volk, maar de dominee doet woordonderzoek. Desalniettemin blijkt het een verzetsboek bij uitstek te zijn. Miskotte ging niet met zijn eigen vragen, begrippen en ideeën de Bijbelteksten te lijf, maar hij ging op zoek naar motiefwoorden binnen de Bijbelse verkondiging. Op die manierlaat hij zien dat de structuurbepalende woorden van het Oude Testament - woorden als Naam, Woord, Weg - niet zomaar dezelfde zijn als de woorden en begrippen die bij ons belangrijk zijn. Integendeel, ze konden die van ons nog wel eens onder kritiek stellen. Onze woorden, ook die van 'de markt' (denk aan 'groei', 'product', maar ook aan 'identiteit' of religie' of andere woorden die wij op dit moment heel belangrijk vinden), komen in de Bijbel niet of nauwelijks voor. Door je te concentreren op deze Bijbelse grondwoorden word je je bewust van de ideologie die jou ongemerkt bezet, maak je je besmette taal leeg en zo wordt je verzet krachtiger, wordt je weerstand beter. Betere weerstand is dan ook de titel van het illegale geschrift uit 1941 waaraan Miskottes naam verbonden is.

Voor de zending betekent dat dat het goed is om - daar en hier - samen die teksten te lezen en je af te vragen door welke taal je op dat moment wordt bezet, op welke taal de taal van dit Woord een inbreuk is. Dat doe je samen, zonder dat de een geeft en de ander neemt. Dat besef vind ik heilzaam, maar vind ik weinig terug in het huidige denken over missie en zending. Het lastige is dat ook nu alle taal 'bezet' is. De Duits-joodse linguïst Viktor Klemperer schreef in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw clandestien aan zijn Lingua Tertii Imperii (LTI - de taal van het Derde Rijk, 1947, Amsterdam 2000), een lijst van woorden die door het nationaalsocialisme waren toegeëigend en gecorrumpeerd. De taal was bezet, de werkelijkheid was bezet. En taal is machtig in de handen van een bezetter. Woorden kunnen vervuild raken en van inhoud veranderen. Miskotte stelde de vraag naar de echte woorden van de Bijbel en naar de manier waarop die woorden inbraken in de werkelijkheid van de eerste oorlogsjaren. Hij durfde veel tijdens de bezetting, het lijkt wel of wij veel van die moed hebben verloren.'

Wat zou je vanuit deze visie zeggen tegen iemand die anno 2011 wordt uitgezonden voor een zendingsproject?
'In ieder geval dat er niet een hier en daar is. En dat je werk niet een kwestie is van één partij die brengt en de ander die ontvangt. Samen met de mensen zou je de ontmoeting een kans moeten geven: de ontmoeting met dat vreemde verhaal van de Bijbel, en van daaruit de ontmoeting met elkaar. Elkaar bevragend: Wat is hier, op deze plek, de taal van de bezettende macht? Hoe sta ik in die samenleving, wat is het heersende vertoog en hoe sta ik daar tegenover? Het antwoord op die vragen is in Indonesië vanzelfsprekend weer anders dan in Kenia of Nicaragua. Misschien klinkt het heel abstract, maar ik geloof dat die Bijbelverhalen zo goed zijn dat, als je samen gaat lezen, al deze 'abstracte' vragen opeens heel concreet aan de orde komen. Het andere van die woorden brengt als vanzelf het besef voort dat de taal van je dagelijkse leven ideologisch bezet is. Ga dus niet met onze woorden, de woorden die wij nu (even) belangrijk vinden, de teksten tegemoet, maar doe het met die vreemde woorden die van buiten op ons afkomen. Als je die vreemde teksten samen spelt - waar gaat dit eigenlijk over? - maak je je leeg, 'ontledig' je jezelf en dan kom je vanzelf uit bij vragen als: waar sta ik in deze samenleving? Teksten met elkaar lezen, dat is voor mij kerk zijn. Wij hebben hier niet de wijsheid in pacht. De geschiedenis van de ontwikkelingssamenwerking laat zien dat wij toch vooral grotere afhankelijkheid hebben gebracht, dat wij daar veel hebben verpest. En niet alleen de taal, maar ook de werkelijkheid waarvan zij de uitdrukking is. Veel ontwikkelingssamenwerking is een keurslijf geworden; het is de tweede helft van een huwelijk waarin de eerste helft werd gekenmerkt door veel geweld: wat je ook doet, de verhoudingen blijven getroebleerd. Er is tegelijkertijd geen ontsnappen meer mogelijk, we moeten in deze wereld met elkaar verder. Natuurlijk zijn er in het verleden theologen geweest die dit hebben onderkend en het anders wilden, mensen als Hendrik Kraemer, Arend van Leeuwen en Jo Verkuyl, maar hun sporen zijn niet zo duidelijk meer terug te vinden. Zendingsorganisaties schuiven nu te gemakkelijk aan in de bonte reeks hulpverleners. Ontwikkelingssamenwerking, ook in de vorm van zendingsprojecten, is een soort industrie geworden. Kerken doen daar gewoon aan mee in plaats van iets anders te proberen, iets dat past bij hun eigen traditie en bij de bron waaruit zij drinken.'

In haar bijdrage aan de genoemde bundel vermeldt Mirjam Elbers drie 'Thomasthesen' als gedachte-experimenten, genoemd naar de Thomaskerk in Amsterdam-Zuid waar ze ontworpen zijn. De stellingen zijn opgesteld naar analogie van de beroemde Barmer Thesen uit 1934 - door Karl Barth verwoord als een poging om de Bijbelse taal te laten inbreken in de bezette taal van zijn context. De drie Thomasthesen actualiseren driekwart eeuw later deze belijdenis voor de context van nu, onder andere die van de zending. Evenals die van Barmen bestaan de thesen uit een Bijbeltekst, een belijdenis en een verwerping. Het slot - de verwerping - van de derde Thomasthese luidt: 'Wij verwerpen de missie, dat een 'missionaire' kerk de opdracht heeft zich getalsmatig uit te breiden, haar eigen behoud en eigen uitbreiding te zoeken en daarbij de middelen uit de wereld te gebruiken. De gemeente is geen bedrijf en haar leren, vieren en dienen kan niet in deze termen worden verstaan. Wij verwerpen tevens de opvatting dat de gemeente een 'waarheid' hééft, en deze aan de man kan brengen. De gemeente komt, joden en heidenen, samen rondom de schriften; in dat gesprek, dat midden in de heersende cultuur en religie plaatsheeft, zijn allen die deelnemen betrokken en allen gelijkwaardig.'

Willem van der Meiden